dinsdag 14 mei 2013

Geen privilieges bij Efteling

Ik ging naar De Efteling met een gehandicapte. Geen vrijwilligerswerk: gewoon met een familielid. Ik dacht dat gehandicapten bepaalde privileges hadden, maar die hebben ze bij De Efteling afgeschaft in ruil voor 2 euro korting op een toegangskaartje.

Een Eftelingmedewerker monsterde de rij en bekeek de medische verklaringen

De mevrouw bij de kassa zei dat dit gebeurd was na ‘ontzettend veel klachten van gewone mensen’ die zich eraan stoorden dat gehandicapten ‘voor mochten’. We hoefden dus niet te rekenen op kortere wachttijden. Als begeleider vond ik het een tegenvaller.

We mochten bij de uitgang van de attracties naar binnen. Er kon daar door Eftelingmedewerkers gevraagd worden naar een briefje van de huisarts.

„Nou, dat lijkt me in dit geval niet echt nodig, he?” zei ik, maar het waren nu eenmaal de regels.

„Anders kan iedereen wel zeggen dat hij gehandicapt is.”

Ze voegde eraan toe dat zich in het verleden weleens mensen in een rolstoel bij een attractie hadden gemeld die helemaal niet gehandicapt waren.

„Maar wij kunnen het bewijzen”, zei het familielid.

Daar moesten we niet te licht over denken. „Onze mensen zijn geen doktoren.” Daar hadden we niet van terug, als je het verschil tussen een of twee benen niet ziet, ben je geen dokter.

Wij naar ‘De Halve Maen’, een schip dat op een neer gaat tot je er kotsmisselijk van bent. We sloten bij de speciale ingang aan achter een spast, een jongen op krukken, een bejaarde vrouw met een dekentje over de knieën, een stuk of acht rolstoelkinderen allemaal in oranje plastic gewurmd en een plukje begeleiders.

Een Eftelingmedewerker monsterde de rij en bekeek de medische verklaringen. Ik had het idee dat ik aan de grens stond. Hij zei dat de mensen die eventueel konden lopen ook in de gewone rij konden gaan staan, waar de wachttijd was opgelopen tot driekwartier. Want, we wisten het inmiddels, we kregen geen voorrang.

De jongen op krukken zei dat hij liever in deze rij bleef omdat ze hem anders zo aanstaarden.

„Hier word je nog meer aangestaard”, zei de Eftelingman.

Dat klopte.

We voelden de jaloerse blikken van de wachtende meute. Er zaten ertussen, zo werd ons verteld, die nauwkeurig opletten of ze tijdens het wachten niet een paar keer dezelfde gehandicapte voorbij zagen schommelen.

Om de paar minuten werden twee van ons de attractie in geholpen. Het schoot gelukkig tergend langzaam op, want gehandicapten zijn leuk en aardig en je moet er goed voor zorgen, maar ze moeten de gewone mensen natuurlijk niet gaan irriteren.
 
Uit NRC Marcel van Roosmalen